• secretariaat@deezels.nl
 

Spelregels/Reglement Optocht

Spelregels/Reglement Optocht

 

REGLEMENT OPTOCHT GASSEL / Gem Land van Cuijk (2023)

 

I. Algemene regels

 

1. Iedere deelnemer aan de carnavalsoptocht in Gassel, Gemeente Land van Cuijk moet op de hoogte zijn van de bepalingen van dit reglement. De persoon die de inschrijvingen verzorgt, is hiervoor verantwoordelijk.

 

2. Aanstootgevende en/of persoonlijk kwetsende onderwerpen zijn in de optocht niet toegestaan.

 

3. Het gebruik van glaswerk is verboden. De organisatie behoudt zich het recht voor om eventueel aanwezig glaswerk in beslag te nemen. Het in beslag genomen glaswerk kan niet bij de organisatie worden teruggevorderd.

 

4. Er mogen geen alcoholhoudende dranken worden vervoerd tijdens de optocht.

 

5. Het strooien van milieuonvriendelijke materiaal (tempex, plastic, aluminium, e.d.) is verboden, alsook het gooien van hooi, stro, kleverig/stinkend materiaal en toiletpapier.

 

6. Afval mag niet op straat gegooid worden. Verzamel afval zoals voorgeschreven door de organisatie. Houd plastic afval gescheiden.

 

II. Veiligheid

 

7. De organisatie zal vooraf optisch controle uitvoeren op de constructieve veiligheid van de bouwwerken.

 

8. Deelnemers die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren of zich op andere aanstootgevende wijze gedragen, kunnen door de organisatie uit de optocht worden verwijderd.

 

9. Zorg voor een compleet gevulde EHBO koffer (of tas/doos) op de wagen.

 

10. Iedereen moet zich houden aan de voorschriften genoemd in hoofdstuk 3 t/m 5 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Hou met name de voorschriften uit het informatieblad ‘Optochten en parcours/route’ van de brandweer in acht. Hierin staan de meest belangrijke voorschriften voor een carnavalsoptocht.

 

11. De bestuurder van een voertuig moet altijd bereikbaar zijn, zodat deze door de organisatie kan worden geïnformeerd wanneer er bijvoorbeeld hulpdiensten door moeten of een voertuig is stilgevallen. De procedure hiervoor wordt vooraf kenbaar gemaakt aan alle deelnemers.

 

12. De deelnemers dienen daar waar mogelijk de rechter rijbaan aan te houden, zodat er minimaal 4,5 meter (waarvan 3,25 meter verhard) beschikbaar is voor hulpdiensten. Hier dient extra aandacht voor te zijn tijdens het opstellen en de afvoer van de praalwagens. Het moet bij de deelnemers bekend zijn dat in geval van een calamiteit zij een ruimte moeten opzoeken waar ze geen belemmering vormen voor hulpdiensten.

 

III. Verkeer en gebruik voertuigen

 

13. Deelnemers die gebruik maken van motorisch voortbewogen voertuigen, moeten de NAW gegevens van de eigenaar en van de bestuurder van het voertuig doorgeven aan de organisatie.

 

14. De Nederlandse wetgeving blijft van toepassing op de deelnemers en de deelnemende voertuigen. Dit betekent o.a.:

 

a. voor de motorrijtuigen moet een W.A.-verzekering zijn afgesloten;

 

b. de bestuurder van een vracht- of personenauto of tractor moet in het bezit zijn van een geldig rijbewijs van de betreffende categorie. Op elke wagen moet ten minste 1 goedgekeurd blusmiddel met een minimale inhoud van 6 kg (poeder of sproeischuim) aanwezig zijn De organisatie voert hierop een controle uit;

 

c. bestuurders van voertuigen mogen vooraf en tijdens de optocht geen alcoholhoudende drank, drugs of vergelijkbare stoffen consumeren die van invloed zijn op het rijgedrag;

 

d. Indien er gebruik gemaakt wordt van een aggregaat of van gasflessen dient per aggregaat een blusmiddel aanwezig te zijn met een minimale inhoud van 6 kg (poeder of sproeischuim). De brandblusmiddelen moeten zichtbaar zijn en onbelemmerd toegankelijk. Montage op de trekstang heeft voorkeur. De aggregaat moet voorzien zijn van een deugdelijke isolatiebewaking. Het aggregaat dient vrij opgesteld te zijn in een goed geventileerde ruimte (deugdelijk belucht en ontlucht) zodat rook en warmte goed weg kunnen en deze dient afgeschermd te worden met een ontbrandbaar materiaal. (gips)

 

Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistof als voorraad worden meegevoerd. Deze moet geborgen zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde, houder en worden opgeslagen in een goed geventileerde omgeving. De voorraad brandbare vloeistof mag niet in de omgeving bij het aggregaat worden opgeslagen. Het bijvullen van aggregaten tijdens deelname aan de optocht is in geen geval toegestaan. Eventueel vullen dient voor aanvang van de optocht te geschieden. Kabels en snoeren moeten deugdelijk zijn (onbeschadigd) en correct aangesloten met een deugdelijke stekker. Het geheel dient bovendien goed afgezekerd te zijn. Alle kabels en snoeren dienen deugdelijk te zijn bevestigd met bandjes/tire-rips zodat voorkomen wordt dat elektrokabels als struikeldraad gaan fungeren, gaan hangen of los over de grond slepen en daardoor beschadigd raken.

 

e. Als u naar de opstelplaats rijdt of van het eindpunt van de optocht wegrijdt, dan bent u een reguliere verkeersdeelnemer en moet u voldoen aan de vigerende wetgeving. Houd er rekening mee dat de gemeente en de provincie uitgaan van een vrije ruimte boven een weg van 4,20 meter, omdat voertuigen niet hoger mogen zijn dan 4 meter (inclusief lading).

 

15. Het vervoer van personen op een (aanhang)wagen is alleen toegestaan tijdens de optocht (vanaf de opstel-/startplaats tot aan het einde van de optocht). Daar waar personen op de wagen kunnen staan of lopen, dient deze voorzien te zijn van een deugdelijke valbeveiliging van minimaal 1 meter hoog.

 

16. Gasflessen

Gasflessen moeten goedgekeurd zijn door het stoomwezen. De keuringstermijn van gasflessen is ingeslagen door het Stoomwezen. Normaliter is dit voor 10 jaar bijvoorbeeld “92oe02” Hierbij moet
rekening gehouden worden met een verlening van de ingeslagen termijn met 5 jaar voor de gasflessen van Shell, Benegas en primagas. De juiste slangen dienen gemonteerd te zijn op de gasflessen (propaanfles met propaanslang (oranje) met slangklem bevestigd / butaanfles met butaanslang (zwart) zonder slangklem bevestigd) De propaanslangen mogen niet ouder zijn dan 3 jaar en de butaanslangen niet ouder dan 2 jaar. De reduceerinrichting moet deugdelijk zijn. De gasflessen mogen alleen in rechtopstaande positie worden aangesloten en gebruikt en dienen deugdelijk geborgd te zijn. De ruimte waarin de gasflessen staan dient bovendien goed geventileerd te zijn (deugdelijk belucht en ontlucht).

 

17. Er mogen zich geen personen op de dissel (tussen tractor en creatie) bevinden en er mogen tevens geen personen vervoerd worden op de neus en spatborden van het trekkende voertuig, ook niet tijdens de optocht.

 

18. A. Afmetingen voertuigen buiten het parcours van de optocht:

 

Voertuigen welke deelnemen aan de optocht dienen buiten het parcours te voldoen aan het gestelde in het voertuigreglement. Een en ander houdt in dat de wagens niet langer mogen zijn dan 12 meter, niet breder dan 2,60 meter en niet hoger dan 4 meter. De toegestane afmetingen kunnen soms afwijken bijvoorbeeld in verband met het aantal assen. De gemeente kan en mag geen ontheffing verlenen voor de afmetingen buiten de route. Dat betekent dat de afmetingen van de wagens volledig ter verantwoordelijkheid komen voor de eigenaren/bouwers.

 

B. Uitvoering / opbouw voertuigen:

 

Het is niet toegestaan kleding te dragen die licht ontvlambaar zijn; noch is het toegestaan dat er stoffen en materialen worden gebruikt om de wagens te bekleden die even zozeer licht ontvlambaar zijn. (o.a. Tule, stro, hooi, watten enz.)

 

Geen (draaiende) onderdelen boven het publiek. Ronddraaiende elementen en aandrijvingen dienen op deugdelijke en veilige wijze te zijn afgeschermd. De hoogte moet in verhouding zijn tot de breedte in verband met kantelgevaar. De wagens moeten zodanig geconstrueerd zijn dat er geen sprake kan zijn van verlies van materiaal. Tijdens het trekken van de optocht dienen twee personen aangewezen te worden ter beveiliging van de ruimte tussen trekkend voertuig (of andere trekkende constructie) en de aanhanger. Tevens moet tussen voor- en achterwielen een zodanige constructie zijn aangebracht dat het onmogelijk is dat er personen onder het voertuig komen. De wielen van de wagen moeten degelijk afgeschermd zijn. De hoogte tussen de weg en de afdekmiddelen mag maximaal 20 cm zijn, afhankelijk van de afstand van de wielen onder de wagen. De uitlaat van aggregaat en de uitlaat van het trekkend voertuig dient vrij te blijven van stoffering en versiering, hete onderdelen dienen afgeschermd te worden met materiaal dat niet brandbaar is (b.v. gipsplaat) Gebruik van (open) vuur(werk) is niet toegestaan. Bij wagens welke personen vervoeren moet een deugdelijke railing ter beveiliging aangebracht zijn. Indien het voertuig mechanisch wordt aangedreven door middel van elektra dient het mechanisme te worden uitgevoerd met een dodemansknop.
Tijdens de optocht mag de carnavalswagen op de route niet groter (hoger, breder en langer) zijn dan de door de organisatie voorgeschreven maximum afmetingen. De organisatie controleert de route vooraf op de maximale mogelijkheden (is de carnavalswagen groter, dan past het simpelweg niet en loopt de optocht vast).

 

19. Wegafzettingen zijn eenvoudig en direct te verwijderen, bijvoorbeeld als de hulpdiensten doorgang vereisen.

 

IV. Geluid

 

20. Bij gebruik van een aggregaat/generator ter opwekking van elektrische energie, moet deze zijn voorzien van geluid beschermende maatregelen.

 

21. Om overlast voor omwonenden te beperken, mogen de geluidsinstallatie pas ingeschakeld worden als de optocht gestart is, met uitzondering van het inregelen van het geluid. Aan het einde van de optocht moet iedereen de wagens verlaten en moet alle muziek uitgezet worden. Voorafgaand en tijdens de optocht heeft de muziek een carnavalesk karakter.

 

22. Het geluid op wagens en van deelnemers mag op de gevel een maximale geluidsbelasting van 80 dB(A) en 95 dB(C) teweegbrengen, waarbij in ieder geval een bronniveau van 105 dB(A) en 120 dB(C) niet wordt overschreden. De luidsprekers moeten bij voorkeur in de lengterichting van de wagen of naar binnen gericht geplaatst worden. Wagens met zogenoemde ‘geluidswanden’ zijn niet toegestaan (niet meer dan 2 losstaande luidsprekers op of naast elkaar).

 

23. Voorafgaand aan de optocht kan steekproefsgewijs het geluid bij de deelnemers worden ingeregeld. Bij deze inregeling van het geluid is iemand van de organisatie (optochtcommissie) aanwezig en kan een BOA/toezichthouder aanwezig zijn. Daarnaast moet iemand aanwezig zijn die de geluidsinstallatie bedient.

 

24. Tijdens de optocht kan het geluid worden gemeten. Hierbij zal iemand van de organisatie (optochtcommissie) aanwezig zijn en mogelijk iemand van de gemeente/ODBN.

 

V. Slotbepalingen

 

25. Wanneer deelnemers zich, ondanks een waarschuwing, herhaaldelijk niet aan de genoemde regels houden, zal de organisatie handhavend optreden volgens de eigen huisregels (bijv. ontzegging deelname, puntenaftrek of uitsluiting eindklassering). In ieder geval zal deelname aan de volgende editie van de betreffende carnavalsoptocht worden ontzegd. In het ergste geval wordt de deelnemer direct uit de optocht gehaald. Een sanctie kan gevolgen hebben voor de deelname aan andere optochten die dit jaar of in volgende jaren in de gemeente worden georganiseerd.

 

26. In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de organiserende vereniging.

 

Voor vragen over de optocht kunt u bellen op één van de onderstaande telefoonnummers

 

Dhr. Theo Strik tel. 06 - 47 06 98 58

Dhr. Roy de Haan tel. 06 - 27 33 31 97