Regelgeving Optocht

 

Datum                        : 19 november 2009, gemeentehuis Grave
Besproken met         : Carnavalverengingen, gemeente Grave Wethouder H.Opsteegh,
gemeente Grave Veiligheidsbureau gemeente Grave:
A.C. van Slooten, beleidsmedewerker Integrale Veiligheid
W.Schoenmakers, vergunningen
Teamchef politie Cuijk, J.Salet
                                      Brandweer Land van Cuijk, E.Harmsen

Doelstelling              
: Inzichtelijk maken van de problematiek en het beheersbaar maken
van de risico’s. De gemeente Grave gaat uit van zelfregulering
en de regulering van wetgeving.

Opgemaakt               
: Document is aangepast voor gemeente Grave door het veiligheids
                                      bureau gemeente Grave, A.C. van Slooten.

Aanleiding richtlijn vanuit de gemeenten:
In het driehoeksoverleg Land van Cuijk is gesproken over het gebruik van alcohol door deelnemers aan carnavalsoptochten. Zijdelings is daarbij ook stilgestaan bij de technische staat van de deelnemende voertuigen en de veiligheid van de deelnemers.
De burgemeesters in het Land van Cuijk hebben aangegeven een eenduidige richtlijn te willen voeren in overleg met de Carnavalsverenigingen.

Probleemstelling / Analyse:
Het gebruik van alcohol door deelnemers aan carnavalsoptochten wordt door velen als een normaal maatschappelijk verschijnsel of als “een traditioneel gebruik” beschouwd.
De laatste jaren is er in vele dorpen sprake van een toegenomen alcoholgebruik door met name jongeren tijdens deelname aan carnavalsoptochten. Er is een tendens waarneembaar, waarbij groepen jeugdigen steeds vaker in meerdere plaatsen en op verschillende dagen aan diverse carnavalsoptochten deelnemen. Het gebruik van alcohol voorafgaand, tijdens en na de optochten brengt dan risico’s met zich mee. Enkele jaren geleden heeft dit in de regio Brabant-Noord een eerste dodelijk slachtoffer geëist.
Er zijn voorbeelden te over van (jeugdige) deelnemers die weinig energie steken in het bouwen van een wagen, maar waarbij het gebruik van (overmatig) alcohol is verheven tot het hoofddoel van deelname aan een carnavalsoptocht (de zogenoemde skihutten of rijdende zuipketen). Verschillende carnavalsverenigingen stellen inmiddels paal en perk aan de deelname van deze groepen aan de optocht, omdat het publiek hun deelname over het algemeen niet kan waarderen en de optocht daardoor in z’n geheel aan kwaliteit inboet.

Aanwijzingsbesluit hinderlijk drankgebruik:
De meeste gemeenten in het Land van Cuijk kennen een aanwijzingsbesluit inzake hinderlijk drankgebruik, dat in algemene zin het gebruik van alcohol op de openbare weg binnen de bebouwde kom verbiedt. Er is echter geen sprake van een strikte handhaving van dit besluit door de politie en/of gemeentelijke toezichthouders tijdens de carnavalsdagen.

De ervaring leert dat het breken met de traditie van het gebruik van alcohol tijdens carnavalsoptochten in veel steden en dorpen de nodige weerstand oproept, indien dit door de gemeente in de vergunning of onder verwijzing naar het algemene aanwijzingsbesluit dwingend door haar wordt voorgeschreven. Aan de andere kant voelen verenigingen zich met een dergelijk besluit ook gesterkt in het weren van ontsierende elementen uit de carnavalsoptochten.

Door als vijf gemeenten in het Land van Cuijk gezamenlijk eenzelfde besluit ten aanzien van het gebruik van alcohol tijdens de carnavalsoptochten te nemen, wordt ook de mogelijke weerstand tegen een dergelijk besluit in gezamenlijkheid gedeeld.

De praktijk heeft aangetoond dat carnavalsverenigingen over het algemeen bereid zijn om hun verantwoordelijkheid te nemen om deelnemers die zichtbaar alcohol nuttigen uit de optocht te weren, indien zij op de steun van de politie kunnen rekenen, wanneer de handhaving van het alcoholverbod door de vereniging zelf dreigt uit te monden in een escalatie met onwelwillende of zich vervelend gedragende carnavalsvierders.

Dit laat onverlet dat het toezicht op de naleving van een in de vergunningvoorschriften gesteld verbod tot het gebruik van alcohol door deelnemers aan carnavalsoptochten primair de verantwoordelijkheid betreft van de vergunninghouder.
De politie heeft onvoldoende capaciteit om op de naleving daarvan actief te kunnen toezien.

Veiligheidvoorschriften:
De gemeenten in het Land van Cuijk hanteren momenteel weinig tot geen aparte voorschriften die erop zien om de veiligheid van de deelnemers en het publiek tijdens de carnavalsoptochten te borgen. Veel veiligheidsaspecten en/of voorwaarden zijn terug te vinden in bestaande regelgeving zoals de Wegenverkeerwetgeving, Reglement Voertuigen etc. etc.

Advies opname veiligheidsvoorschriften in het reglement Carnavalsverenging:
Onderstaande richtlijnen zijn opgesteld in de gemeente Landerd en kunnen als voorbeeld dienen voor het Land van Cuijk om bijvoorbeeld opgenomen te worden in de reglementen van de carnavalsvereniging en/of te dienen als checklist voor de carnavalsverengingen. 

Voorschriften ten behoeve van optochten

Afmetingen voertuigen buiten het parcours van de optocht:
Voertuigen welke deelnemen aan de optocht dienen buiten het parcours te voldoen aan het gestelde in het voertuigreglement. Een en ander houdt in dat de wagens niet langer mogen zijn dan 12 meter, niet breder dan 2,60 meter en niet hoger dan 4 meter. De toegestane afmetingen kunnen soms afwijken bijvoorbeeld in verband met het aantal assen. De gemeente kan en mag geen ontheffing verlenen voor de afmetingen buiten de route. Dat betekent dat de afmetingen van de wagens volledig ter verantwoordelijkheid komen voor de eigenaren/bouwers.

1.       
Bestuurder

  • De bestuurder dient te voldoen aan de wettelijke eisen om het voertuig te mogen besturen.
  • Deelnemende motorvoertuigen dienen ten minste verzekerd te zijn in de vorm van Wettelijke Aansprakelijkheid Motorvoertuigen.
  • De bestuurder mag geen alcoholische drank nuttigen (spreekt voor zich, is wettelijk geregeld!).

2.        Uitvoering / opbouw voertuigen

  • Geen (draaiende) onderdelen boven het publiek.
  • Ronddraaiende elementen en aandrijvingen dienen op deugdelijke en veilige wijze te zijn afgeschermd.
  • De hoogte moet in verhouding zijn tot de breedte in verband met kantelgevaar.
  • De wagens moeten zodanig geconstrueerd zijn dat er geen sprake kan zijn van verlies van materiaal.
  • Tijdens het trekken van de optocht dienen twee personen aangewezen te worden ter beveiliging van de ruimte tussen trekkend voertuig (of andere trekkende constructie) en de aanhanger. Tevens moet tussen voor- en achterwielen een zodanige constructie zijn aangebracht dat het onmogelijk is dat er personen onder het voertuig komen.
  • De wielen van de wagen moeten degelijk afgeschermd zijn. De hoogte tussen de weg en de afdekmiddelen mag maximaal 20 cm zijn, afhankelijk van de afstand van de wielen onder de wagen.
  • De uitlaat van aggregaat en de uitlaat van het trekkend voertuig dient vrij te blijven van stoffering en versiering, hete onderdelen dienen afgeschermd te worden met materiaal dat niet brandbaar is (b.v. gipsplaat)
  • Gebruik van (open) vuur(werk) is niet toegestaan.
  • Bij wagens welke personen vervoeren moet een deugdelijke railing ter beveiliging aangebracht zijn.
  • Indien het voertuig mechanisch wordt aangedreven door middel van elektra dient het mechanisme te worden uitgevoerd met een dodemansknop.

3.        Geluidsinstallatie

  • Gebruik van geluidsapparatuur is uitsluitend toegestaan gedurende de deelname aan de optocht, alsmede 90 minuten voor aanvang en 90 minuten na afloop van de optocht
  • Bij gebruik van een geluidsinstallatie dient het geluidsvolume dusdanig te worden geregeld dat dit geen schade aan het gehoor kan veroorzaken. Het geluidsniveau mag maximaal 85 dB bedragen.
  • Explosiesimulators en confettikanonnen mogen niet meer dan 85 dB geluid produceren.
  • Het is verboden alarmpistolen, vuurwerk of losse flodders te gebruiken.

4.        Gasflessen

  • Gasflessen moeten goedgekeurd zijn door het stoomwezen. De keuringstermijn van gasflessen is ingeslagen door het Stoomwezen. Normaliter is dit voor 10 jaar bijvoorbeeld “92œ02” Hierbij moet rekening gehouden worden met een verlening van de ingeslagen termijn met 5 jaar voor de gasflessen van Shell, Benegas en primagas.
  • De juiste slangen dienen gemonteerd te zijn op de gasflessen (propaanfles met propaanslang (oranje) met slangklem bevestigd / butaanfles met butaanslang (zwart) zonder slangklem bevestigd) De propaanslangen mogen niet ouder zijn dan 3 jaar en de butaanslangen niet ouder dan 2 jaar.
  • De reduceerinrichting moet deugdelijk zijn.
  • De gasflessen mogen alleen in rechtopstaande positie worden aangesloten en gebruikt en dienen deugdelijk geborgd te zijn. De ruimte waarin de gasflessen staan dient bovendien goed geventileerd te zijn (deugdelijk belucht en ontlucht).

5.        Aggregaten

  • De aggregaat moet voorzien zijn van een deugdelijke isolatiebewaking.
  • Het aggregaat dient vrij opgesteld te zijn in een goed geventileerde ruimte (deugdelijk belucht en ontlucht) zodat rook en warmte goed weg kunnen en deze dient afgeschermd te worden met een ontbrandbaar materiaal. (gips)
  • Er mag maximaal 10 liter brandbare vloeistof als voorraad worden meegevoerd. Deze moet geborgen zijn in deugdelijke, speciaal daartoe bestemde, houder en worden opgeslagen in een goed geventileerde omgeving.
  • De voorraad brandbare vloeistof mag niet in de omgeving bij het aggregaat worden opgeslagen.
  • Het bijvullen van aggregaten tijdens deelname aan de optocht is in geen geval toegestaan. Eventueel vullen dient voor aanvang van de optocht te geschieden.
  • Kabels en snoeren moeten deugdelijk zijn (onbeschadigd) en correct aangesloten met een deugdelijke stekker. Het geheel dient bovendien goed afgezekerd te zijn.
  • Alle kabels en snoeren dienen deugdelijk te zijn bevestigd met bandjes/tire-rips zodat voorkomen wordt dat elektrakabels als struikeldraad gaan fungeren, gaan hangen of los over de grond slepen en daardoor beschadigd raken.

6.        Brandblusmiddelen

  • Op elke wagen moet ten minste 1 goedgekeurd blusmiddel met een minimale inhoud van 6 kg (poeder of sproeischuim) aanwezig zijn.
  • Indien er gebruik gemaakt wordt van een aggregaat of van gasflessen dient per aggregaat een blusmiddel aanwezig te zijn met een minimale inhoud van 6 kg (poeder of sproeischuim).
  • De brandblusmiddelen moeten zichtbaar zijn en onbelemmerd toegankelijk. Montage op de trekstang heeft voorkeur.

7.        Rondstrooien van goederen

  • Het is niet toegestaan om goederen vanaf carnavalswagens naar beneden te gooien. Dit in verband met het gevaar dat mensen onder carnavalswagens terechtkomen.
  • Er mag voor, tijdens en na de optocht geen stro of ander onveilig en/of brandbevorderend materiaal of onnodig vervuilend materiaal worden verspreid.
  • Glas mag niet worden gebruikt. Gebruik een alternatief, bijv. plastic. Het opzettelijk breken van glas en het verspreiden daarvan op de openbare weg, zal niet worden toegelaten.

8.        Kleding.

  • Het is niet toegestaan kleding te dragen die licht ontvlambaar zijn; noch is het toegestaan dat er stoffen en materialen worden gebruikt om de wagens te bekleden die even zozeer licht ontvlambaar zijn. (o.a. Tule, stro, hooi, watten enz. )

 

 

 

Comments are closed.