Prins

Prins Joost d’n Urste

Prins: Joost Verploegen
Hofdame: Judith van Tienen
Adjudante: Petra Dogterom
Adjudante: Franca Beckers
Hofmeier: Erwin Jonkman

PROCLAMATIE

Ik, Prins Joost d’n Urste,
Opvolger van Prins Arnoud d’n Urste,
Eerste Prins na de vijftigste Prins van het Ezelrijk,
Derde Prins van de Overlaat en eerste Prins in de familie,
Heerser over het Gassels grondgebied van
Het Rad van Avontuur tot aan de Wielen,
En van het Soldatenkanaal tot aan de Beerse Overlaat,
Wil als Dorstlustige Hoogheid bij gratie van mijn Adjudanten Franca en Petra,
Hofdame Judith, Raad van Elf, de Dansgarde, het Bestuur en de Dames van de Raad
Het volgende proclameren:

Ten eerste:
Ezels en Ezelinnen, komt uit jullie stal,
Vier met ons samen deze roze Carnaval.

Ten tweede:
Erwin staat niet met mij hier boven,
Maar die maakt er zelf wel een feestje van, dat kan ik jullie beloven.

Ten derde:
Met Adjudantes Franca en Petra gaat het carnavalsseizoen wel lukken,
Wij zullen er zeker onze roze stempel op drukken.

Ten vierde:
DJ Philip staat de hele Carnaval met zijn muziek paraat,
We hopen dat het met de hofkapel zonder Hofdame Judith ook goed gaat.

Ten vijfde:
Samen met het Jeugdprinsenpaar gaan we er voor,
Wat mij betreft gaan ook zij tot diep in de nacht door.

Ten zesde:
Ze gaan weer overal met ons mee,
De Dansgarde dit jaar geen één, maar twee.

Ten zevende:
Met de Raad van Elf als mijn getuigen,
Valt deze Carnaval niet in duigen.

Ten achtste:
Kastelein, bereidt je maar voor,
We gaan in het Ezelrijk tot in de kleine uurtjes door.

Ten negende:
Ik heb al eens in de onecht mogen trouwen,
Maar dit jaar ga ik als Prins een roze feestje bouwen.

Ten tiende:
Vier dagen niet op het notariskantoor,
Er gaat daar wel een ander op het geld zitten, hoor !

Ten elfde:
Feest met mij deze vier dagen met een goed humeur,
Dan krijgt de Carnaval vanzelf een roze kleur,

Tot slot mijn lijfspreuk:

Carnaval, dé makte,
Waarvan akte !

Comments are closed.